Hoofdstuk 11: Emoties, attitudes en de toonschaal

Iedereen heeft een bepaalde houding ten opzichte van het leven. Voor de een lijkt het leven gemakkelijk, voor de ander lijkt het leven moeilijk. De een heeft vertrouwen in zijn eigen vermogen om problemen op te lossen, de ander heeft hier minder of geen vertrouwen in. De een is actief op zoek naar nieuwe ervaringen en uitdagingen, de ander probeert het leven zoveel mogelijk te ontlopen.

In haar boek "How to choose your people" (binnenkort in Nederlandse vertaling beschikbaar) beschrijft Ruth Minshull de toonschaal. Het lezen van dit boek wordt warm aanbevolen als voorbereiding voor R3R counseling. De Engelse versie is HIER (web-versie) of HIER (pdf-versie) te lezen.

De toonschaal is een glijdende schaal van vier tot nul. Bovenaan deze schaal (4.0) staat iemand actief en enthousiast in het leven, en zet hij de omstandigheden naar zijn hand. Onderaan is hij slechts effect van de omstandigheden. De tonen tussen 4.0 en 0.0 zijn een mengsel van deze twee uitersten, waarbij een persoon steeds meer effect en steeds minder oorzaak wordt naarmate hij lager op de toonschaal komt.


In het bovenste gedeelte van de toonschaal, tussen toon 4.0 en toon 2.5, liggen de positieve emoties en attitudes. Hier werkt iemand actief aan een betere toekomst.

In het middengedeelte van de toonschaal, tussen toon 2.5 en 1.1 (het agressie-gedeelte) ligt de focus minder op het behalen van doelen en meer op het bestrijden van tegenstand en obstakels. De negatieve emoties liggen onder 2.5.

In het onderste deel van de toonschaal,
van 1.0 tot nul, is iemand voornamelijk effect van het leven.

Hieronder een tabel uit Ruth Minshull's boek:
 
Toon
Emotie
Attitude

4.0

Enthousiasme (Opgewektheid)

Een lichtvoetige ziel met een vrije geest. Flexibel. Een winnaar.

3.5

Interesse (Plezier, Genot)

Actief geïnteresseerd in onderwerpen die te maken hebben met overleven. Staat er goed voor.

3.0

Conservatisme (Voldoening)

De conformist. Veroorzaak geen opschudding. Hou veranderingen tegen. Niet te veel problemen.

2.5

Verveling

De toeschouwer. De wereld is één groot toneel en hij is het publiek.

Noch voldaan noch onvoldaan. Hij doorstaat dingen.

Zonder doel. onverschillig. Niet bedreigend, niet hulpvaardig.

2.0

Antagonisme

De debatteur. Vindt discussies heerlijk. Bot. Eerlijk. Tactloos.

Kan slecht tegen verlies.

1.8

Pijn

Prikkelbaar. Lichtgeraakt. Verstrooid. Haalt uit naar bron van de pijn

1.5

Woede

Chronisch slecht humeur. Beschuldigt. Koestert wrok. Bedreigt.

Eist gehoorzaamheid.

1.2

Geen sympathie

Kouwe kikker. Gevoelloos. Onderdrukt gewelddadige woede. Wreed, kalm, vindingrijk scherp beleefd.

1.1

Heimelijke Vijandigheid

De opgewekte hypocriet. Roddel. Toneelspeler.

Houdt vaak van woordgrapjes en poetsen bakken. Streeft ernaar anderen te introverteren. Nerveuze lach of constante glimlach.

1.0

Angst

Lafaard. Ongerust. Achterdochtig. Bezorgd. Bezig met wegrennen, verdedigen of is gevangen in besluiteloosheid.

0.9

Medeleven

Obsessieve instemming. Bang om anderen pijn te doen. Verzamelt akelige ervaringen

Schommelt soms tussen zelfgenoegzame teergevoeligheid en tranen.

0.8

Verzoening (Afkoping)

“Filantroop”. Geeft gunsten om zichzelf te beschermen tegen slechte gevolgen.

Zijn intentie is te stoppen, tegen te houden.

0.5

Verdriet

De huilebalk. Verzamelt grieven en oude aandenkens. Hangt in het verleden.

Voelt zich verraden. Alles is pijnlijk.

0.375

Weer Goedmaken

De ‘ja’-man. Zal alles doen om sympathie of hulp te krijgen.

Blinde loyaliteit. Een ‘veeg-de-vloer-met-me-aan’-toon.

0.05

Apathie

Opgegeven. Afgeschakeld. Suicidaal. Verslaafd, alcoholisch, gokker.

Fatalistisch. Kan pretenderen ‘vrede’ gevonden te hebben.



Iemand kan verschillende toonniveaus hebben voor verschillende onderwerpen.

Iemands positie op de toonschaal is niet statisch. Als iemand succes heeft of zich in een prettige omgeving bevindt, dan zal hij meestal omhoog gaan op de toonschaal. Als iemand veel tegenslag heeft, of zich in een onprettige of gevaarlijke omgeving bevindt, dan zal hij meestal omlaag gaan op de toonschaal.

Voor elke situatie is er een rationeel toonniveau. Als je in de wilde natuur een gevaarlijk beest tegenkomt, dan is het logisch om bang te zijn en te vluchten. Maar als je goed gewapend bent, dan kan het rationeel zijn om een agressievere houding aan te nemen en te proberen het beest te verjagen of te doden voordat het jou te grazen neemt.

Geladen plaatjes hebben een toonniveau gebaseerd op de situatie zoals die was toen het plaatje ontstond, en kunnen emoties en attitudes bevatten die weliswaar rationeel waren op het moment dat het geladen plaatje ontstaan is, maar niet noodzakelijk rationeel zijn in andere situaties.

Wanneer deze geladen plaatjes ingekeyt raken, dan kan dit leiden tot een verkeerde evalutatie van de omstandigheden. Dit kan tot irrationeel gedrag leiden. Mensen kunnen dan agressief worden als ze een vriendelijk paard tegenkomen, of doodsbang worden wanneer ze een ongevaarlijke muis zien. Deze agressie of angst was ooit rationeel in een andere situatie maar in de nieuwe situatie niet meer.

Wanneer geladen plaatjes ingekeyt raken, kunnen mensen gemakkelijke situaties ten onrechte als moeilijk beschouwen, of moeilijke situaties ten onrechte als gemakkelijk beschouwen. Of zichzelf als machtig zien terwijl ze dat niet zijn, of zichzelf als machteloos beschouwen terwijl  ze wel degelijk iets kunnen doen aan een ongewenste situatie. Het is duidelijk dat het vermogen van mensen om situaties in het leven succesvol aan te pakken dan aanzienlijk kleiner is. Wanneer iemand geen geladen plaatjes meer heeft, dan kan hij objectiever naar een situatie kijken en een acties verzinnen die aansluiten op de actuele situatie.

Zonder geladen plaatjes kan iemand vrijelijk elke positie op de toonschaal aannemen, en zal dat doen op basis van wat in een bepaalde situatie rationeel is. Naarmate iemand meer geladen plaatjes krijgt, zal hij steeds meer vast komen te zitten in een beperkt aantal toonniveaus met bijbehorende attitudes.

Door het verwerken van de geladen plaatjes keerts iemands natuurlijke vermogen om rationeel te denken en effectief te leven terug.

vorige hoofdstuk    home    volgende hoofdstuk